Library Blog

Blog

Nieuwe en sociale media in de culturele sector

Wat voor belang kunnen erfgoedinstellingen hebben bij nieuwe en sociale media als Twitter, ‘user generated content’ en Facebook? Die vraag stond op 12 november j.l. centraal tijdens het symposium Connect!, dat door MuseumFuture in Zeist was georganiseerd. MuseumFuture is gelieerd aan ErfgoeDigitaal en poogt het gebruik van sociale media bij culturele instellingen te stimuleren, opdat zij op een nieuwe manier in contact kunnen komen met het grotere publiek. Op de conferentie kon men kennismaken met nieuwe initiatieven, multimediale toepassingen en trainingen voor de culturele sector. Ook werden ideeën uitgewisseld tussen culturele instellingen.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=KyS5XfON48M&feature=player_detailpage]

 

Geen ondergrondse ‘experience’

Het programma in Zeist bestond uit een keynote- en endnote-lezing, gehouden door experts uit het veld. Daartussenin waren twee rondes met parallelsessies. Deze sessies bestonden weer uit één of twee presentaties door medewerkers van instellingen, die al ervaring op het gebied van vooral sociale media hebben. Het nadeel van parallelsessies – vind ik – is dat je altijd het gevoel hebt, dat het gras bij de buren groener is. In mijn geval was dat ook echt zo, want één van de sprekers van een sessie bleek verhinderd te zijn… De ondergrondse ‘experience’ van de Schatkamer Domplein – een multimediaal hoogstandje over het archeologische verleden van het gebied rond de Utrechtse Dom – ging dus aan mijn neus voorbij.

 

Creatieve geest

Rob Zakee van het Project Hollandse Waterlinie moest noodgedwongen zijn verhaal met een factor twee verlengen, maar deed dat met verve. De geschiedenis van de Hollandse Waterlinie – het grootste infrastructurele project in Nederland ooit – is mooi vormgegeven op een website: http://www.hollandsewaterlinie.nl/. Hier wordt het verhaal aan de hand van verschillende media verteld: onder andere simpele tekststukjes, maar ook YouTube-filmpjes met getuigenverhalen en driedimensionale animaties. Verder worden alle verdedigingswerken – forten, sluizen en batterijen – netjes weergegeven in Google Maps, voorzien van alle denkbare details. Zelfs aan docenten en scholieren is gedacht: speciaal voor het digibord in de klas zijn lessen te downloaden over de Hollandse Waterlinie. Zakee meent dat met ‘gaming’ de jeugd het best bereikt wordt. Een naam voor zo’n waterliniegame had hij, inclusief pagina, reeds geclaimd (Flooding), maar voor de inhoud hoopte hij op een creatieve geest van buiten.

 

Twitterende conservatoren

In een andere sessie was het de beurt aan het Museum Boerhaave in de persoon van Vera Bartels. Boerhaave is een museum dat veel successen kent met sociale media. Zo leidde een Twitterbericht over maanstenen tot een uitnodiging van het televisieprogramma De Wereld Draait Door. Ook nam het museum succesvol deel aan ‘Ask a Curator’ op Twitter en heeft het een eigen Facebook-pagina, waar mensen ‘fan’ kunnen worden. Bovendien schrijven de medewerkers actief op hun weblog over dingen binnen en buiten het museum: http://museumboerhaave.wordpress.com/. Op Twitter heeft het museum inmiddels ruim 2.000 ‘volgers’, een fors aantal voor een relatief klein museum als Boerhaave. Volgens Bartels bereik je met sociale media niet zozeer een nieuw publiek, maar onderhoud je wel intensiever je bestaande netwerk. Naast klantenbinding zijn andere voordelen de relatief korte communicatielijntjes, het snel in de markt zetten van ad hoc-activiteiten en een vergroting van de naamsbekendheid. ‘Conservatoren moeten daarbij niet in hun conservatorentaaltje blijven hangen; het moet vooral gezelliger en minder saai’, vond Bartels.

Het is relatief eenvoudig om met Twitter te beginnen; het onder- en bijhouden ervan kost echter een stuk meer tijd. Zo bood Boerhaave enige tijd op Twitter spelletjes aan, waarbij volgers onder andere aan de hand van een detail van een object uit de collectie moesten raden om welk object het ging. Maar dit initiatief zit nu vanwege inspiratiegebrek tijdelijk in de ijskast…

 

Crossmediaal

In de keynote ging de Leidse hoogleraar Paul Rutten in op de status van nieuwe media in onze huidige samenleving, uitgaande van een aantal kernvragen. Wat is bijvoorbeeld de invloed van nieuwe media op de maatschappij? Welke toegevoegde waarde hebben ze voor de boeken- en muziekindustrie? Rutten noemde de Ipad een mijlpaal in het proces van ‘convergentie’. Dit apparaat draagt namelijk de belofte in zich om de verandering verder te helpen, maar kan deze verandering ook ter discussie stellen. ‘Want’, zo betuigde Rutten, ‘we lopen achteruit de toekomst in. De inhoud van het nieuwe medium is nog het oude’. De mogelijkheden van nieuwe media worden pas duidelijk in gebruik en toepassing. Tegenwoordig is steeds meer sprake van een netwerksamenleving. Contentproviders moeten een rol zien te spelen binnen die ‘horizontale’ netwerken. Zij dienen op ‘crossmediale’ wijze zoveel mogelijk digitale kanalen te bewandelen. Specifiek met betrekking tot boeken noemde Rutten de ontwikkeling van het verlaten van de gefixeerde tekst. De tekst wordt steeds dynamischer en zelfs gaming treedt nu ook bij boeken binnen. Toch voorspelde Rutten een hybride toekomst: naast allerlei digitale vormen ook analoge vormen als POD.

 

Dialoog aangaan

In de afsluitende endnote behandelde Indira Reynaert, docent aan de Universiteit Utrecht en ‘crossmediaspecialist’, de nieuwe mogelijkheden om via sociale media te communiceren met het publiek. Het aangaan van de ‘dialoog’, daar gaat het om. Met de mogelijkheden van het internet komen echter ook nieuwe valkuilen. Niet elk museum heeft baat bij een Twitterprofiel, niet elke bibliotheek hoeft een Facebookpagina te hebben. Daarnaast ligt datgene wat je via sociale media doet, voor altijd vast en is het onomkeerbaar. Je kunt op die manier bijvoorbeeld tegen negatieve publiciteit aanlopen. De uitdaging ligt eigenlijk niet in het gebruiken van sociale media, de kunst is om sociale media effectief te gebruiken. De technologie mag dan snel veranderen, het gedrag van mensen of ‘prosumenten’ verandert immers een stuk langzamer. Culturele instellingen hebben echter één groot voordeel: ze hebben een verhaal te vertellen.

 

UBU en sociale media

Hoe zouden dit soort nieuwe en sociale media voor de UBU als erfgoedbeherende instelling aan te wenden zijn? Enkele mogelijkheden op een rij:

  • een nadrukkelijke plaats voor een weblog van Bijzondere Collecties op de website;
  • opzetten van een UBU-Twitterdienst;
  • aanmaken van een Facebook- en Hyvespagina voor de UBU;
  • mogelijkheid aan webpagina’s toevoegen om de desbetreffende pagina te delen (‘share’) in bijvoorbeeld Facebook, Twitter, Hyves en Google. Er zijn nu al ruim 300 van dergelijke shareprogramma’s;
  • plaatsen van toepasselijke YouTube-filmpjes op de website van Bijzondere Collecties;

Vanzelfsprekend moet je goed nadenken over de doelstellingen die je met de inzet van sociale media wilt bereiken. Ook de tijdsbelasting valt niet te onderschatten.

Marco van Egmond, 03-12-2010

6 reacties to “Nieuwe en sociale media in de culturele sector”

    • marcolemonde

      Hoi Stephanie,

      Ja, ik zag die Tweet toen ik het bericht al gepubliceerd had…
      We hadden natuurlijk ook al eerder een blog. De vraag is of we die nieuw leven in moeten gaan blazen, maar daar ga ik natuurlijk niet alleen over. Wordt vervolgd?

      Beantwoorden
    • marcolemonde

      Die game ziet er op het eerste gezicht flitsend uit. Het lukte me alleen niet om in te loggen en ook het spel wilde maar niet laden. Daar moet nog wat aan gesleuteld worden… Ik mag natuurlijk ook geen spelletjes spelen onder werktijd…

      Beantwoorden
    • pieterreeve

      De vakgroep economisch sociale geschiedenis hebben samen met studenten ookk een game gemaakt over de gouden eeuw http://www.geldindegoudeneeuw.com/

      En ik ben blij dat je zo enthousiast bent over de mogelijkheden van sociale media. Als je goed om je heen kijkt blijken we al op de goede weg te zijn. Een bijzondere collecties blog is idd een goed idee!

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *